Nieuwe huurwet zorgt voor politieke onrust in Portugal

De Portugese regering wil de huurwet ingrijpend hervormen om meer woningen op de huurmarkt te krijgen. Volgens de centrumrechtse minderheidsregering zijn veel eigenaren terughoudend om hun woning te verhuren door onzekerheid over huurregels, langdurige procedures en beperkte mogelijkheden om contracten te beëindigen. De regering schat dat hierdoor meer dan 250.000 leegstaande woningen buiten de huurmarkt blijven.
De voorgestelde veranderingen moeten verhuurders meer vrijheid en zekerheid geven. Tegelijk waarschuwen oppositiepartijen, huurdersorganisaties en consumentenorganisaties dat huurders hierdoor juist minder bescherming krijgen en dat de toch al hoge huren verder kunnen stijgen.
Een van de belangrijkste wijzigingen is het vervroegd beëindigen van de huurprijsbeperking bij nieuwe huurcontracten. De huidige regel beperkt bij een nieuwe verhuur de huurverhoging tot maximaal 2 procent ten opzichte van de vorige huurprijs. Deze maatregel zou oorspronkelijk tot eind 2029 blijven gelden, maar de regering wil de beperking al eind 2026 beëindigen. Daarna kunnen verhuurder en huurder de nieuwe huurprijs vrij overeenkomen.
Ook de bedragen die vooraf aan een verhuurder mogen worden gevraagd, kunnen veranderen. Momenteel mogen maximaal twee maanden huur vooruit en twee maanden borg worden gevraagd. In het nieuwe voorstel stijgt het maximum voor vooruitbetaalde huur naar drie maanden en verdwijnt de bovengrens voor de borg. Consumentenorganisatie DECO noemt het loslaten van de maximale borg een duidelijke achteruitgang, omdat huurders daardoor bij de start van een contract mogelijk zeer hoge bedragen moeten betalen.
Daarnaast worden de regels rond betalingsachterstanden strenger. Een verhuurder zou een huurcontract al na twee maanden huurachterstand kunnen beëindigen, waar nu drie maanden geldt. Ook herhaald te laat betalen kan sneller een reden worden om het contract te ontbinden.
Verhuurders krijgen bovendien meer ruimte om een automatische verlenging van een huurcontract te weigeren. Onder de huidige regels kan dat in veel gevallen pas na drie jaar. Volgens het voorstel zou een verhuurder zich al tegen de eerste automatische verlenging kunnen verzetten, zolang de wettelijke opzegtermijnen worden gevolgd. Critici vrezen dat huurders hierdoor minder woonzekerheid krijgen.
Ook oude huurcontracten van vóór 1990 worden opnieuw bekeken. De bescherming blijft mede afhankelijk van de leeftijd en het inkomen van de huurder. Ouderen en huishoudens met een lager inkomen behouden meer bescherming, terwijl sommige huurders met hogere inkomens te maken kunnen krijgen met een huurverhoging die wordt gekoppeld aan de fiscale waarde van de woning.
Tegelijk wil de regering een nieuw Noodfonds voor Huisvesting oprichten. Dit fonds moet kwetsbare mensen en gezinnen ondersteunen die hun woning verliezen, bijvoorbeeld na een uitzetting wegens financiële problemen of door huiselijk geweld. De overheid stelt dat sociale noodsituaties daarmee meer door de staat worden opgevangen en niet uitsluitend op de verhuurder worden afgewenteld.
De regering verwacht dat de hervorming het vertrouwen van verhuurders vergroot en uiteindelijk leidt tot meer beschikbare huurwoningen. Huurdersorganisaties betwijfelen dit en vrezen dat snellere uitzettingen, vrijere huurprijzen en hogere financiële eisen vooral de positie van huurders verzwakken.
De plannen zijn nog niet definitief. Het wetsvoorstel moet eerst door het Portugese parlement worden behandeld en kan tijdens dat proces nog worden aangepast. Omdat de regering geen meerderheid heeft, is steun van andere partijen nodig voordat de nieuwe regels kunnen ingaan.
