Zwakke koopkracht blijft Portugese gezinnen parten spelen

Image

Veertig jaar na de toetreding tot de Europese Economische Gemeenschap (op 1 januari herdacht) is Portugal nog altijd een relatief goedkoop land om in te wonen. Tegelijkertijd behoort het tot de landen waar gezinnen het minste besteedbaar inkomen overhouden.

Cijfers van Pordata tonen een hardnekkige paradox: de kosten van levensonderhoud liggen onder het Europese gemiddelde, maar de koopkracht van huishoudens behoort tot de laagste binnen de Europese Unie.


Lage prijzen, maar nog lagere koopkracht

In 2024 kostte een standaardmand met basisproducten in Portugal 100 euro.
Diezelfde mand kostte meer dan 150 euro in Luxemburg, Ierland of Denemarken.

Toch kan een gemiddeld Portugees gezin met zijn inkomen slechts 11 van zulke manden kopen — minder dan de helft van de 24 manden die een Luxemburgs huishouden zich kan veroorloven.

Het verschil zit vooral in:

  • de hoogte van de lonen

  • de economische structuur

  • de productiviteit

Portugal staat op de 19e plaats van de 27 EU-lidstaten wat betreft het mediane inkomen per volwassene. Het gemiddelde bruto maandloon, ongeveer 2.068 euro, ligt duidelijk onder het Europese gemiddelde.


Economische achterstand in meerdere indicatoren

Dezelfde positie (19e) bekleedt Portugal ook op het gebied van:

  • bbp per hoofd van de bevolking

  • arbeidsproductiviteit

Arbeidsproductiviteit is een belangrijke factor voor de ontwikkeling van lonen en besteedbaar inkomen. Zolang die achterblijft, blijft ook de koopkracht onder druk staan.


Positieve ontwikkeling in economische groei

Ondanks deze structurele zwaktes is er de afgelopen jaren sprake van inhaalgroei.

Tussen 2020 en 2024:

  • steeg het bbp per hoofd met 40% in nominale termen

  • groeide het met 10% in reële termen

Dat behoort tot de sterkste stijgingen binnen de EU.

Ook op het gebied van overheidsfinanciën zijn er verbeteringen:

  • Portugal behaalde in 2024 een begrotingsoverschot

  • De staatsschuld daalde tot onder 95% van het bbp, na meer dan tien jaar boven die grens te hebben gelegen


Woningmarkt zet inkomen onder druk

Een van de grootste knelpunten blijft de woningmarkt.

Tussen 2020 en 2024 stegen de huizenprijzen met 24,1% — de op één na hoogste stijging binnen de EU, na Griekenland.

Deze sterke prijsstijging legt extra druk op gezinnen, vooral omdat inkomens minder snel meegroeien.


Opleidingsniveau en arbeidsmarkt

Portugal blijft het EU-land waar de beroepsbevolking gemiddeld het laagste opleidingsniveau heeft.

Bij jongeren is de situatie echter verbeterd: het aandeel hoger opgeleiden nadert inmiddels het Europese gemiddelde.


Demografische uitdaging

Portugal is het op één na meest vergrijsde land van de Europese Unie.

Er zijn slechts 53 jongeren per 100 ouderen — een verhouding die de economische druk op de werkende bevolking verder vergroot.


Loonontwikkeling: groei, maar achterstand blijft

Sinds 2015 groeien de lonen sneller dan het Europese gemiddelde. Toch is de opgebouwde achterstand van eerdere decennia zo groot dat Portugal nog altijd behoort tot de landen waar het beschikbare gezinsinkomen relatief langzaam stijgt.


Nieuwe interactieve functies bij Pordata

Pordata lanceert een nieuwe interactieve omgeving waarin de 27 EU-landen met elkaar kunnen worden vergeleken, op basis van Eurostat-gegevens.

De vernieuwde website biedt onder andere:

  • Downloadmogelijkheden in Excel-formaat

  • Automatische rekenhulpmiddelen

  • Snellere personalisatie van statistische analyses

  • Toegang tot historische reeksen voor vergelijking tussen landen en over tijd


Conclusie

Portugal blijft betaalbaar in vergelijking met veel andere EU-landen, maar de lage inkomens en beperkte productiviteit zorgen ervoor dat de koopkracht van gezinnen achterblijft.

Ondanks recente economische verbeteringen vormen woningprijzen, vergrijzing en structurele loonverschillen nog altijd belangrijke uitdagingen.

Vergelijkbare berichten